Penny Lane

Ik kende alleen Yesterday, All you need is love en Yellow Submarine. Een paar klasgenoten uit de brugklas hadden mij ook andere nummers (‘nog veel beter joh!’) laten horen. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt.

Dus toen ik hoorde dat ze één dag lang alleen maar muziek van The Beatles zouden draaien op Hilversum 3, kocht ik meteen tien Maxell chrome cassettebandjes.

audio cassettes (c) Tom Beek
audio cassettes (c) Tom Beek

Die dag maakte grote indruk. Dankzij mijn Beatles bandje — de beste nummers had ik met hulp van een tweede cassettedeck op een verzamelbandje gezet — namen The Fab Four langzaam bezit van mij.

Hey Jude groeide uit tot een soort volkslied. Eleanor Rigby draaide ik als ik verdrietig was. Bij Strawberry Fields Forever moest ik steeds denken aan de dood van John Lennon, die destijds in 1982 nog vers in ieders geheugen lag. Bij Twist and shout danste ik met een fictieve gitaar voor de spiegel. Wist ik veel dat The Beatles al langer dan een decennium uit elkaar waren.

Bij Penny Lane droomde ik over gelukkige gezinnen in de zomer, in mooie dorpjes met kerkjes en spelende kinderen. Dat klonk als de perfecte wereld. Hoe ben je staat om zoiets briljants te bedenken als Penny Lane? Hoog tijd dat ik me daarin, inmiddels als geschoold musicus, eens ging verdiepen. Waar zit toch de magie in?

Het nummer heeft eigenlijk drie delen. Onbezorgd en bedrijvig, dan beschouwend en melancholiek en dan weer harmonieus en open. Mooi, en duidelijk, is dat elke sfeer een eigen tooncentrum heeft. Voor de kenners: B, B mineur en A.

De baslijn en de melodie nemen je direct mee aan de hand. Geen tijd om overal bij stil te staan: een kapper met foto’s aan de muur van zijn klanten. Mensen die elkaar gedag zeggen. Kinderen die een bankier onschuldig uitlachen. Een brandweerman, met een foto van de koningin, die wat aan zijn motor sleutelt.

Onder de blauwe luchten van een buitenwijk zit iemand achterover, die dit tafereel duidelijk warm koestert. Ook al is het ‘very strange’ en wisselen zonnige perioden en buien elkaar af. De sferen volgen elkaar in zo’n hoog tempo op dat het vederlicht blijft; nergens verzandt het of wordt het zwaar. De (akkoord)overgangen sluiten hier zeer goed op aan. Is het intuïtie?

Het is bekend dat Paul McCartney zijn baslijnen als laatste inspeelde, als alle andere partijen er al op stonden. Zo kon hij mooi meebewegen. De baslijn van Penny Lane is iconisch. Samen met de opbeurende ritmiek van de piano vormen ze het anker van dit nummer.

De kraakheldere, barokke solo die je hoort, komt niet uit een trompet maar uit een piccolo. Uniek in pop/rock-muziek en waarschijnlijk geïnspireerd op de ‘Brandenburgischen Konzerte’ van Bach. Hulde ook voor studiotechnicus Geoff Emerick en vooral producer/arrangeur George Martin, die trompettist David Mason zo gek wisten te krijgen om de (zelden gehoorde) hoge E te spelen. Alles voor de melodie en die is natuurlijk schitterend.

Penny Lane uit 1967 klinkt nu in 2017 nog steeds als de perfecte wereld. Is het een droom of is het echt?

The Beatles — Penny Lane (1967)
The Beatles — Penny Lane (1967)

2 gedachten over “Penny Lane”

  1. Kleine nuance: geen “gewone” piccolo, maar een piccolo trompet (ook wel Bach trompet genoemd)

Plaats een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.