De grootste fan van Candy Dulfer

Ik was 16 en de hele school was al dagen in rep en roer. Vanavond was Het Schoolfeest. Leerlingen hadden één van de gymzalen versierd. Het gonsde. Er zou gedanst worden op Fame, Michael Jackson, Lionel Richie, Prince, Doe Maar en Kayagoogoo. Het was de tijd van geblondeerde stekels, beenwarmers en andere, veel te wijde kleding. Kluiten jongens zouden schaapachtig kijken naar kluiten meisjes. En weer terug. De avond zou nog wéken het onderwerp van gesprek zijn in de gangen, de kantine en in de fietsenstalling.

De stoerste jongen van mijn klas was ik zeker niet. Ik was tenger gebouwd en laat met groeien. Dat ik aardig kon basketballen, hielp niets: in de gymklas werden we op lengte opgesteld. Mijn kansen om met de stoere jongens mee te ballen waren daardoor — als de op één na kleinste — vrij minimaal. Maar ik deed wel extra mijn best. Het was, laten we zeggen, karaktervormend.

Saxofoon speelde ik al een beetje. The Pink Panther, Take Five, UB40 en In the mood. Ik had een paar platen. Van David Sanborn, The Brecker Brothers en een hele oude jazzplaat van Sonny Rollins. En honderden cassettes. Trots als een pauw was ik op mijn kleine verzameling. Er waren maar heel weinig mensen op school gek van jazz (en al die andere, rare muziek die in dezelfde bak stond in de platenzaak). De één denkt bij jazz aan het neurotische gepiep van Willem Breuker, de ander associeert het met dixieland op een braderie. Dat is eigenlijk nog steeds zo. Enfin, de hitparade volgde ik toen wel. Met mijn regenjas danste ik graag zoals David Bowie. Dat was stoer. Maar om nu de hele avond als enige rond te lopen in een regenjas, daar binnen, voor dat ene nummer, leek me geen goed plan.

Stedelijk Gymnasium LeidenSommige meisjes hadden wel eens giechelend gezegd dat ik op Ferris Bueller leek. Dat kon ik wellicht in mijn voordeel gebruiken. Helaas had Paulien, het meisje waar ik al twee jaar in stilte verliefd op was, die film nog niet gezien.

Vlak voordat ik op de fiets stapte, deed ik een geurtje op (veel te veel natuurlijk) van Paco Rabanne, mijn mooiste blouse aan en mijn nieuwste sneakers. Een lijntje oogpotlood mocht ook niet ontbreken. Want dat had ik een jongen eens zien doen. (Zoiets gaat trouwens niet in één keer goed. Het gaat eerst een keer of vijf helemaal verkeerd.) Maar ik was klaar voor Het Feest.

Veel te vroeg liep ik de feestzaal binnen. Hier en daar liepen wat leerlingen met volle kratjes drank. Tussen de slingers en de discoballen zag ik de basketbalnetjes hangen. Verderop, op het podium, werd alvast wat geluid gemaakt. Want er speelde een Band! Ik zocht een plek vooraan, bij het podium en hoorde de drummer soundchecken. Hoe leuk dat ik dat vond, kan ik alleen maar achteraf bedenken, want ik heb de plek die avond niet meer verlaten.

Het duurde zeker nog een uur voordat het optreden begon. Ik hoorde allerlei gerommel met instrumenten. Af en toe speelde er iemand iets — wat waanzinnig klonk. De bassist was een boomlange neger, met een zonnebril. Hij deed me aan Bob Marley denken. Wat een sfeer, dit. De gitarist speelde even iets uit een nummer van James Brown. De muzikanten maakten allerlei gebaren van harder en zachter. Intussen stroomde de feestzaal vol. Ik begroette af en toe mijn klas- en schoolgenootjes. Maar ik was niet meer weg te slaan bij het podium. Even later kwam er een meisje de bühne op, hip gekleed. Ik dacht dat ze danseres was van het voorprogramma. Ze kon niet veel ouder zijn dan ik. Ze had een altsaxofoon in haar hand. Toen zag ik het. Ze was de leider van de band!

Candy Dulfer
Die avond speelde Candy Dulfer met haar band Funky Stuff de pannen van het dak. Het was niet normaal. Iedereen danste, zong en schreeuwde. Het oude gymnasiumgebouw stuiterde op zijn grondvesten. Van de eerste tot de laatste noot was het één groot feest. De school was veranderd in een dampende, funkende menigte. Met haar zestien jaar dirigeerde de jonge mevrouw Dulfer haar eigen band en een paar honderd uitzinnige scholieren naar de climax van het schooljaar.

Een historische avond. Ik moest helaas op zoek naar een andere school, want ik was zoveel bezig met muziek dat ik het gymnasiumtempo niet meer kon bijhouden. Ook met Paulien is het niks geworden. Dat is allemaal goed gekomen. Mijn volgende school was minstens zo leuk. Ook dáár waren de feesten legendarisch.
Later zou ik Miss Dulfer nog vaak zien. Op festivals, op tv, in videoclips. Ze werd nationaal bekend, scoorde hits, trad overal op en maakte een fantastische, internationale carrière. We werkten zelfs een paar keer samen. Ook dat is met haar een groot feest.

Voor mij is Candy een icoon. Noem het jeugdsentiment, noem het bewondering, noem het een indirect soort verliefdheid, noem het een vorm van jaloezie, allemaal een beetje waar. Maar daar gaat het niet om. Het zit mij dwars dat haar talent door weinig mensen op waarde wordt geschat.

Zij is een fenomeen in Nederland. Al bijna dertig jaar presteert zij het om op zeer hoog niveau muziek te maken, te entertainen, te vernieuwen. Met haar messcherpe, opzwepende saxofoonspel en haar gloedvolle, uit duizenden herkenbare geluid laat ze menig conservatoriumstudent alle hoeken van de kamer zien. Ze is ontzettend positief ingesteld, creëert niet alleen bij het publiek, maar ook op het podium en achter de schermen een feestelijk familiegevoel. Als geen ander speelt ze terloops de rol van talent scout. Kijk naar Trijntje en Leona. En wacht maar tot je Ricardo live hebt gehoord! De lijst van getalenteerde muzikanten die hun carrière begonnen bij Candy — en in zekere zin aan haar te danken hebben — is lang. Ze is superprofessioneel, zal nooit kwaadspreken over collega’s en zorgt heel goed voor haar mensen. Wie anders gaat er nog zo verzorgd en hip gekleed? Ze ziet er supergoed uit op het podium. Als zij gaat spelen, is het feest. In dit land van azijnpissers wordt wel eens vergeten dat artiesten als Prince, Dave Stewart, Maceo Parker en David Sanborn allemaal heel graag met háár willen spelen. En terecht. Candy rocks.

Hoe het ook zij, de grootste fan van Candy Dulfer, dat ben ik.

candy dulfer

3 gedachten over “De grootste fan van Candy Dulfer”

  1. Dat was die avond dat ik – ook vooraan – dansend de lichtmast bijna omver hielp… En dat ik later de drankjes naar de kleedkamer mocht brengen, hoe cool!! (barcommissie) Die zanger, was Franklin Bata toch? Hoe 1 avond een luikje kan openen dat je leven verandert. Gaaf.

  2. Ah ja, wat een historisch feest was dat; heel herkenbaar (behalve het oogpotlood…). Candy vond ik ook een kick in the face; ik heb geloof ik de hele avond rechts voor de speakers gestaan (stond jij links?).

Plaats een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.