The eyes of Jenny

Vaak wanneer ik een benzinestation bezoek, gebeurt er iets vreemds. Zo parkeerde ik vorige week stomtoevallig mijn auto naast Steve Gadd.

Hij stapte net uit. De legendarische drumkoning was een paar dagen in Nederland en op weg naar Schiphol, om te gaan toeren met Chick Corea. Zijn Nederlandse manager Daan van Rijsbergen (die ik ken van mijn optredens met Alain Clarke) zette ons op de foto en nodigde me uit voor een koffie.

Ik keek op de klok en besloot dat ik met dit verhaal wel een kwartiertje later kon komen.

Met Steve Gadd. Toevallig ontmoet. Aan de A2! Mijn held. Bakkie gedaan. Extreem aardig.

Een bericht gedeeld door Tom Beek (@tombekistan) op

Daar stonden we dan, te kletsen over alledaagse dingen aan zo’n lullig barretje tussen de gehaktballen, broodjes en kranten nuttigende forensen die natuurlijk helemaal niet doorhadden wat een grootheid Steve Gadd is.

Pas toen ik de A2 weer opreed, hoorde ik honderd platen waar hij op meespeelt, allemaal tegelijk, door elkaar heen in mijn hoofd en kwamen er allerlei vragen in me op, die ik nog had willen stellen. Als je het niet vraagt, weet je het niet.

De grote glimlach op mijn gezicht bleef een dag of drie staan. Gelukkig hoef ik niet zo héél vaak te tanken, maar twee dagen geleden was er verdorie weer iets.

In een bijzonder ongezellig tankstation schuifelde ik wat langs de koelkasten, op zoek naar een drankje dat mijn dip moest gaan beteugelen.

Geheel willekeurig dacht ik intussen aan mijn goede vrienden Danny en Marleen, die zojuist met het overlijden van Hans Vermeulen een dierbare vriend waren verloren.

Terwijl ik een deur opende en een flesje prik vastpakte, dacht ik even terug aan de vluchtige ontmoeting die ik ooit had met Hans Vermeulen en zijn kamerbrede charisma.

Een grote, royale man, die liever niet teveel opviel. Maar dat was onmogelijk met zo’n prettige stem en zo’n warme uitstraling. Iedereen hield van hem, dat was duidelijk.

Mijn gedachten werden op dat moment echter verstoord door het penetrante, blikke geratel van een koffiemachine die zich vlak naast mij stond uit te sloven. Alsof-ie zeggen wilde: ‘Vers gemalen koffie hoor, echt waar’! Ik haastte mij de andere kant op. Toen het lawaai ging liggen, hoorde ik muziek.

Het was The Eyes of Jenny.

Het zal een minuut of drie, vier hebben geduurd, dat ik in dat door TL-buizen verlichte benzinestation stond, aan de grond genageld. Wel strategisch opgesteld, dichtbij de speaker.

Ik dacht even aan 1981, toen ik dit bloedmooie liedje op de radio hoorde. Toen er nog Nederlandse liedjes werden gemaakt die zich konden meten met de rest van de wereld.

Ik wist alle akkoorden nog, de gitaarlijntjes, de bas. Ook al had ik het veertig jaar niet gehoord, ik zong het refrein nog mee alsof het gisteren was. Wat een schitterend nummer.

Vroeg of laat moest ik weer verder. Terwijl ik mijn flesje prik contactloos afrekende, keek ik even naar de man, achter het glas van de toonbank. Hij keek en lachte vriendelijk terug. Zou hij het liedje ook hebben gehoord?

Ik liep naar de auto, opgeladen door de klank van mooie muziek. Ach, die man kon er ook niets aan doen. Misschien dacht hij wel hetzelfde van mij. Als je het niet vraagt, weet je het niet.

1 gedachte over “The eyes of Jenny”

  1. Ik heb The eyes of Jenny jarenlang iedere Tour de France gehoord, waar Herman van der Velden het steevast draaide op de verjaardag van een collega die Jennie heette. Muziek draagt bijzondere herinneringen.

Plaats een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.