Rob Madna is zelf muziek

Dit artikel ‘Rob Madna is zelf muziek’ verscheen eerder in JazzBulletin nr. 118 (maart 2021) onder hoofdredactie van Bert Vuijsje.

Het is 1987 en pianist Rob Madna treedt op in jazzcafé The Duke. De middag ervoor krijg ik een seintje van Martijn van Iterson. “Ga je mee? Hij is een soort Nederlandse Herbie Hancock!” Als Martijn zegt dat het goed is, dan is het ook zo.

We zijn zeventien, gek van jazz, spelen zelf ook een beetje, maar zijn nog groen achter de oren. Elke avond genieten we van alle geweldige jazzmusici die in ons Leidse stamcafé optreden. Wat een rijkdom. Hoezeer we daarmee bevoorrecht zijn, hebben we op dat moment nog niet door.

Diepgang en avontuur

Rob Madna speelt met een trio. Wie er nog meer meespeelden, ben ik vergeten. Ik kan mijn ogen niet afhouden van wat er op de piano allemaal gebeurt. Zoiets heb ik in Nederland nog niet eerder gehoord. Wat een drive, wat een time, wat een energie. Dit is jazz op zijn mooist, helemaal in het moment, in het heetst van de strijd. Echt improviseren. Geen friemeljazz, maar een muzikaal verhaal met diepgang en avontuur.

Meer tijd om zijn spel uitgebreid te analyseren, is me niet gegeven. De één na de andere vondst van Madna vliegt me om de oren. Ritmisch, harmonisch, melodisch. Zijn spel is afgeleid van bebop, maar niet op de schoolse manier: hij speelt veel avontuurlijker. Ritmisch veel vrijer. Er komen harmonieën voorbij die ik nog nooit heb gehoord.

Zijn ideeën zijn helder, hij beweegt zich lenig en fit. De taal die hij spreekt klinkt niet als oude jazz, het is juist levend en energiek. Elk moment kan het nog alle kanten op. Menig saxofonist verbleekt bij de lijnen die Madna met zijn rechterhand speelt. Het lijkt soms wel, alsof hij in gedachten een blaasinstrument bespeelt. Een natuurlijke, intuïtieve frasering. Zijn spel ademt.

Met Open armen

Jarenlang volg ik hem als fan. Met zijn eigen groepen en big bands, en vooral in de band van Toon Roos. Mijn eerste persoonlijke ontmoeting met Rob Madna is in 1992, wanneer ik toelating doe aan het Hilversums Conservatorium. Madna begrijpt dat ik op het ietwat strenge Haagse conservatorium niet heb kunnen aarden, en ontvangt me in Hilversum met open armen.

Een hele andere school, waar men het niet zozeer over jazz heeft, maar over ‘lichte muziek’. Na mijn toelating word ik ingedeeld in één van Rob’s eigen ensembles en in de vier jaar dat ik daar studeer, ontfermt hij zich over mij als een vader. Ik bloei helemaal op. Een periode die mij als persoon en als muzikant voorgoed zal veranderen.

Op het conservatorium is Rob onder andere verantwoordelijk voor het maken van de lesroosters. Een klus die hij met plezier doet, om de eenvoudige reden dat er niemand anders is, die het snapt. Hij als gepensioneerd wiskundeleraar draait er zijn hand niet voor om. In de commissies wordt hij door iedereen, van studenten tot bestuurders, in hoge mate gerespecteerd. Om zijn muzikale geweten, zijn visie, zijn diepgaande kennis en begrip van de muziek, om zijn educatieve vaardigheden.

Maar Rob is ook zeer geliefd als persoon. Hij is serieus en toegewijd, maar ook iemand met wie je goed kan lachen. Als piano- en ensembledocent is hij onvermoeibaar, vriendelijk en geduldig. Maar wel spits. Niet bang om zich ergens voor of tegen uit te spreken. Hij heeft ook altijd een plan. Meestal in de vorm van een flinke stapel zelfgeschreven bladmuziek.

Noten zingen

Als ik aan Rob denk, zie ik hem zitten aan de piano, met opgetrokken wenkbrauwen achter zijn grote bril, tussen de rookwolken van zijn eigen sigaret, terwijl hij de bovenste tonen meezingt van zijn voicings, alsof hij verbaasd is over wat hij zelf heeft opgeschreven en het al in zijn hoofd hoort vóórdat hij het gaat spelen. Rob zingt niet zoals één van de zangstudenten die hij improvisatieles en gehoortraining geeft en met wie hij naar Chet Baker solo’s luistert om alles te leren over timing en fraseren. Een student zou afwachten en de noten gokken, maar Rob zingt zijn noten als iemand die precies de tonen hoort, en het grote verband. De tonen zitten al in zijn hoofd. Rob is zelf muziek.

Wie Rob trompet hoort spelen, snapt zijn muziek nog beter. Zijn sound herken je meteen. Dat zijn geluid wat fragieler wordt met de jaren, niet gek als je zeventig bent, maakt het juist sterker. Zijn gevoel voor time en melodie vult onverminderd de ruimte: authentiek en herkenbaar. Als Rob speelt, is iedereen stil. Alsof Miles Davis in de kamer staat. Rob is zelf trouwens de eerste, om je te ontnuchteren en bij de les te houden. Waardering, ego en trots boeien hem niet. Hij wil spelen en over muziek praten, de rest is niet interessant. Rob is niet met zichzelf bezig. Zonde van de tijd, vindt hij. Anders staat hij liever op de tennisbaan.

zelf muziek leven

Tijdens mijn studie ben ik vaak bang om fouten te maken. Om de verkeerde noten te spelen op de akkoorden. Om te veel noten te spelen, of juist te weinig. Toch geeft Rob mij alle vertrouwen dat het gaat lukken. “Probeer het gewoon nog een keer.” Met veel geduld bedenkt hij schema’s en zoekt hij repertoire voor mij, en na een tijdje vraagt hij me zelfs voor optredens.

Ik weet dat ik voor de leeuwen word gegooid en toch ben ik niet zenuwachtig. Mijn zelfvertrouwen groeit. Van binnenuit. Rob leidt, begeleidt en laat op tijd weer los. Hij geeft in alles een voorbeeld. Niet door er veel over te praten, maar door het zelf te zijn, zelf te leven. In de muziek.

Rob Madna is vrij

In de jaren dat ik met hem speel en repeteer, en in de gesprekken die we hebben over zijn Rob’s eigen composities, komt de muziek van Wayne Shorter vaak voorbij. Door met name ‘Live at the Plugged Nickel‘ van het Miles Davis Quintet en al die geniale composities ben ik groot fan van Shorter, maar als student raakte ik daarin enigszins ontmoedigd omdat mijn eigen leraar op het conservatorium, ik noem geen namen want dat is niet leuk voor Ferdinand Povel, die het gewoon niet zo op heeft met Shorter.

Hoe mooi is het om die wereld opnieuw te ontdekken aan de hand van Rob Madna. Hij begrijpt Shorter, bij wie de melodische beweging altijd de baas is. “Als je ook zo vrij wilt spelen, moet je niet teveel bezig zijn met de vraag of het goed of fout is wat je doet, dan ben je niet vrij.”

Hoewel Shorter’s muziek hier en daar wringt met de spelregels van de jazzpolitie, is me dat bij Rob Madna zelden opgevallen. Het is ook geen doel op zich. Rob’s eigen composities uit de jaren negentig hebben qua orkestratie wel wat weg van Weather Report. Spannende verhalen, hele bouwwerken. Melodie en time staan voorop.

nieuw leven

Zijn studio is een gezellige chaos, die vol staat met synthesizers en computers. Rob speelt bij voorkeur op een Korg M1, met warme pads vol bells en boventonen en aangename brassgeluiden. Zijn synthesizers laat de muziek nét anders klinken, maar niet vreemd. Het klinkt nog steeds als jazz. Synthesizers voegen een nieuw timbre toe, vindt hij. Madna hanteert ze dan ook niet als effect, maar als een volwaardig instrument, een extra klank in het ensemble.

Thad Jones vormt ook een grote inspiratie. Madna’s bigband-arrangementen zitten vol met op Thad’s stijl geïnspireerde lintharmonisaties en moderne elementen, maar zijn altijd doorspekt met swing, call response en alle andere oerelementen van de jazz, elementen die nooit gaan vervelen. Wanneer ik in 1995 meespeel in een Ellington project, samen met Humphrey Campbell, Ruud Breuls, David de Marez Oyens, Marcel Serierse (“zeg maar Oom Rob”) valt op hoe betoverend Madna afgestofte liedjes als ‘Just Squeeze Me’ nieuw leven inblaast met zijn arrangementen. De ‘spacing’ is zo bijzonder. Niks te veel, niks te weinig. Niks te lang of te kort. Elke seconde spannend. De warmte en swing gecombineerd met een bepaalde mystiek en de hipste harmonieën die je ooit hebt gehoord. Een memorabel concert. (Wie de opnamen wil horen, ik heb ze nog). Hip as fuck.

kijkje in de keuken

Omdat hij thuis graag nog even in alle rust één-op-één repeteert, kom ik regelmatig bij Rob thuis in Berkel en Rodenrijs. Als ik een keer te laat kom, zegt zijn vrouw Astrid: “Oh niet erg hoor, maar Rob staat alweer te tennissen”. Het zijn bezoekjes die me niet lang genoeg kunnen duren. Ben je bij Rob, dan zit je dichtbij het vuur. Tussen de repetities door eindeloos lullen over muziek. Praten over Ack en Jerry. Over Lucky Thompson, één van zijn favoriete saxofonisten. Tosti’s van Astrid. Zo groeit hij in de loop der jaren uit tot een mentor. Wanneer ik op een dag trots vertel dat ik een theatertournee ga doen met Karin Bloemen, geeft hij tot mijn verbazing geen schouderklopje. Hij antwoordt terloops: “Ah, je bent bezig”. Met één zinnetje herinnert hij mij aan mijn prioriteiten. That’s it.

Nieuwsgierigheid

Samen met muzikale zwaargewichten — veel ex-studenten uit Hilversum — zoals de eerder genoemde Marcel, Karel Boehlee, Frans van der Hoeven, Juraj Stanik, Christopher Erbstösser, Michiel Borstlap en Theo de Jong speel ik een aantal jaar in de eigen groepen en projecten van Rob Madna, onder andere op het North Sea Jazz Festival in 1998. Concerten die ik niet zozeer als wapenfeiten beschouw, maar als ervaringen, waarbij ik naast Rob sta. In tijdelijke gelijkwaardigheid. Sax en trompet. Samen een melodie helemaal fraseren, harmonieën spelen, improviseren, jammen, experimenteren. Geen uiterlijk vertoon, maar van binnenuit muziek maken. Vanuit nieuwsgierigheid. Zijn aanmoediging voelen om ervoor te gaan. En tegelijk zo ontspannen. In de Regentenkamer, nadat we tijdens een nummer een beetje uit de bocht zijn gevlogen, breekt Rob het ijs. “Ja, dames en heren. Zonder fouten is het geen jazz”.

De muziek van Rob Madna blijft.


Tom Beek is saxofonist, copywriter, WordPress expert, vormgever en fotograaf. Je vindt hem op Twitter en Instagram. Gek op jazz en koffie. Ruikt aan boeken.

4 reacties op “Rob Madna is zelf muziek”

  1. Zeer indrukwekkend maar heb je ook nog iets positiefs over hem te melden..?

    Haha,nee hoor..grapje; heel aardig en zeer terecht wat je
    allemaal over Rob schrijft.
    GrMartien.

    Beantwoorden

Plaats een reactie