Rappers’ Delight: hoe Sylvia Robinson de weg vrijmaakte voor hiphop

Toen Rappers’ Delight in 1979 de hitlijsten bestierde, was hiphop nog underground. Het was vooral de verdienste van Hip-Hop Godmother Sylvia Robinson, zij kreeg de muziek op de radio en maakte zo de weg vrij voor hiphop.

Good Times

Toen Chic-gitarist Nile Rodgers in 1979 een Newyorkse club binnenkwam, hoorde hij tot zijn verbazing de baslijn van zijn eigen hit Good Times.

Niet het hele nummer, maar alleen een paar maten, die steeds herhaald werden.

Eerst was hij kwaad. Wie heeft onze muziek gestolen?

Toen hij contact zocht met de makers, glom hij van trots.

Wat was er aan de hand?

Breakdance

Scholieren in de wijk The Bronx zetten grote ghettoblasters neer op een plein en dansten samen op de muziek. De breakdancers zochten daar muziek bij om op te kunnen dansen.

Bevriende muzikanten knutselden zelf wat beats in elkaar. Het begin van sampling: stukjes uit bestaande muziek knippen en daar nieuwe nummers van maken.

Rap

De dansers en muzikanten kregen gezelschap van rappers. Die gingen freestylen: zingend en pratend improviseren op de beat, als feestelijke aanmoediging voor de dansers.

Meteen ontstond een eigen vocabulaire, vol straattermen, muzikale slang en andere gesproken shouts en riffs die zo lekker klonken op de nieuwe hiphop ritmes.

Met dans, muziek en rap groeide het uit tot een subculture. Een heel sociaal event, met een eigen onderstroom, eigen rituelen en een eigen dresscode.

Was het een reactie op het opgebrande vuur van de disco? Was het een reactie op de punk?

Later zouden de teksten veel maatschappijkritischer worden.

Voor de microfoon

Producer Sylvia Robinson van Sugar Hill Records zag er meteen wat in, maar had grote moeite om de rappers voor de microfoon te krijgen. Die wilden alleen live optreden in de clubs, niet in de studio.

Ze vroeg The Sugarhill Gang, een trio uit New Jersey.

Big Bank Hank, Wondermike en Master Gee wilden wel de studio in.

Maar wát ze precies in de studio zouden gaan doen en hoelang, wist niemand.

I’ve got these kids who are going to talk real fast over it — Sylvia Robinson

In de studio

De muzikanten moesten een kwartier lang precies dezelfde partij inspelen, zonder één fout te maken.

Bassist Chip Shearin weet het nog. Hij was destijds zeventien en kreeg zeventig dollar voor het inspelen van de track.

Op de muziek konden de rappers dan freestylen. En dat deden de rappers, het hele kwartier lang.

bass basgitaar vier snare foto (c) tom beek

Op de radio

Om op de radio te kunnen worden gedraaid als single, moest de lengte wel even worden teruggebracht tot drie minuten.

Toen de hit Rappers’ delight uitkwam, waren Grandmaster Flash, Kurtis Blow, Melle Mel, Cowboy, Kid Creole, Scorpio, Rahiem en Kool Moe Dee al jaren bezig. De eerste verhalen spreken van 1977.

HipHop

Hiphop was nog underground. Nog onbekend bij de massa, nog ongehoord in de hitlijsten.

Maar de Hip-Hop Godmother deed in september 1979 wat niemand nog had gedaan: de muziek opnemen, uitbrengen en zorgen dat het op de radio werd gedraaid.

Met Rappers’ Delight (waarvan 10 miljoen exemplaren zijn verkocht) baande ze de weg om rap en hiphop te introduceren bij het grote publiek.

Het begin van iets heel moois en heel groots.


Tom Beek is saxofonist, copywriter, WordPress expert, vormgever en fotograaf. Je vindt hem op Twitter en Instagram. Gek op jazz en koffie. Ruikt aan boeken.

Plaats een reactie