Herinneringen aan Glenn Corneille

Pianist Glenn Corneille was één van Nederlands’ meest getalenteerde muzikanten. Op 23 augustus is het precies tien jaar geleden dat hij om het leven kwam.

Vrienden van Glenn vanuit het hele land komen zondag bij elkaar om een bijzonder muzikaal eerbetoon aan hem te brengen, tijdens het Zomerparkfeest in Glenn’s geboortestad Venlo, vanaf 16:00 uur.

Aan een aantal van mijn collega’s die Glenn heel goed kenden, vroeg ik om herinneringen op te halen aan deze bijzondere man en muzikant, die nog elke dag wordt gemist. Een legende.Al vroeg in zijn muzikale leven is Glenn een geliefd, zeer opvallend, gedreven en virtuoos pianist. Hij gaat geen stijl uit de weg: pop, jazz, klassiek en geïmproviseerd. Regelmatig valt hij als solist in de prijzen.

In 1995 studeert hij summa cum laude af aan het Conservatorium Maastricht. Volgens de jury vanwege zijn “muzikaliteit, techniek, tactiek, uitstraling en ideeën“. Niet lang daarna vestigt hij zijn naam in de landelijke jazz scene als Best New Talent 2000 en met zijn Corneille/Roelofs Trio, waarmee hij optreedt op North Sea Jazz 2001.

Met zijn enorm talent, charme en overtuiging ontpopt hij zich muzikaal leider van grote artiesten en pop- en theaterproducties, zoals Boris, Lee Towers, Do, Big Black & Beautiful, René Froger, Il Novecento Orchestra, en zijn eigen popband Silq.

In zijn ‘eigen’ Maaspoort organiseert Glenn elk jaar zeer bijzondere theaterconcerten, een prachtig eigen podium waar hij zijn creativiteit, veelzijdigheid en bevlogenheid kan uitleven.

De lijst van optredens en samenwerkingen is lang, heel lang.

transmil.nl/glenn
glenncorneille.wordpress.com

Danny Sahupala: “Ik zou heel erg veel over Glenn kunnen vertellen, aangezien we heel veel en intens hebben samengewerkt tot aan zijn overlijden. Belangrijkste vond ik dat ik (mede omdat ik hem gevraagd had voor theaterprogramma van Big, Black & Beautiful) hij besloten had om te gaan verhuizen naar Baarn, daarvoor woonde hij in Maastricht.

Ik deed een jaar daarvoor een tour met hem. Hij moest iedere keer na de show weer terug naar Maastricht. “Na Eindhoven kwam altijd het moeilijkste moment”, zei hij, want “dan ging het licht uit” (hij had het over de lantarenpalen).

Dat ik hem toen voor BB&B had gevraagd had de doorslag gegeven om centraler te gaan wonen, vertelde hij me later. Aangezien dat Baarn werd, waar ik ook woon, hebben we toen ook veel tijd samen in de auto doorgebracht.”

Peter Tiehuis: “Eén van de meest getalenteerde mensen die ik ben tegengekomen. Ook heel fijn om mee te werken, eigenlijk vanaf het eerste moment waanzinnig veel lol met hem gehad. Het spelen was altijd vanzelfsprekend. Er was weinig of geen discussie, gewoon altijd top. Alleen goeie herinneringen dus. Behalve het onwezenlijke moment dat ik van zijn vroegtijdig overlijden hoorde.”

Kelly ter Horst: “Glenn was de meest humoristische man die ik kende, die vooral zelf heel hard om z’n eigen grappen kon lachen. Juist dát maakte het hilarisch, buiten het feit dat iedereen de grappen wel kende omdat ze keer op keer terugkwamen.

Hij was een hele gevoelige man, emotioneel in alle opzichten en erg begaan met de mensen om hem heen. Dat-ie extreem getalenteerd was hoef ik niemand te zeggen, maar wat misschien niet iedereen weet, is dat hij ook vaak onzeker was. Met zo’n gave! Dat kon ik niet begrijpen.

Maar bovenal was het de man die mij geleerd heeft om lief te hebben, die mij heeft doen laten inzien wat échte liefde voor mij betekent. Daar zal ik ‘m altijd dankbaar voor zijn en daar kan ik de rest van mijn leven de vruchten van plukken. Lieve Glenn, dank je wel. Voor altijd in mijn hart!”

Egbert Derix: “De eerste keer dat ik Glenn zag en hoorde spelen was op een voorspeelavond in Reuver, thuis bij onze pianodocent Tino Snijtsheuvel. Het zal ergens midden jaren tachtig zijn geweest. Glenn speelde, met zijn toen al onnavolgbare handigheid en flair, een medley van Queen. Ik was er diep van onder de indruk. Ik had de ambitie om naar het conservatorium te gaan, maar de virtuositeit, plezier, en het gemak waarmee deze leeftijdgenoot speelde, zette dat even in een ander daglicht.

Uiteindelijk kwamen Glenn en ik allebei terecht op het conservatorium in Maastricht. Bij sommige lessen zaten we bij elkaar in de klas. Wanneer we elkaar troffen begroette hij me meestal met een in onvervalst Venloos dialect uitgesproken: ‘Eggy D. wàt kiekse toch blie!’ Waarop ik dan weer reageerde met: ‘Hé Glenn Corneille, voor al uw feesten en partijen.’

Glenn was vaak de gangmaker in gezelschap. Vooral zijn imitatie van Chriet Titulaer is legendarisch. We hadden vaak allebei buikpijn van het lachen als we samen in mijn witte Volvo op en neer naar Maastricht reden. Meezingen met de Eagles en Billy Joel, ademloos luisteren naar Bill Evans en Keith Jarrett. Dankzij deze autoritten werd ik me pas echt bewust van het verschijnsel meerstemmigheid wanneer Glenn weer eens alle stemmen in bijv. het koortje van ‘Doolin Dalton’ meezong.

In december hadden Glenn en ik de traditie om een moment voor ons twee te pakken, meestal in een kroegje in Maastricht of Venlo. Die gewoonte was ontstaan op het conservatorium in Maastricht waar we begin jaren 90 allebei jazzpiano studeerden. Het recept was meestal hetzelfde: goulashsoepje, sateh (wat Glenn altijd met een overdreven Indisch accent uitsprak), en whisky cola, veel whisky cola. Maar vooral ook veel lachen. Heel veel lachen.

Met een warm gevoel denk ik terug aan onze duo concerten in Theater De Maaspoort in Venlo, samen met drummer Geert Roelofs en bassist Rogier van Wegberg.

Al onze nieuwe inzichten, zowel op muzikaal vlak en in het dagelijks leven deelden we met elkaar. Zo doken er regelmatig ontdekkingen van hem op in composities en titels van mij, en vice versa. We waren de perfecte ‘sparring partners’ en ik ben Glenn veel dank verschuldigd voor mijn muzikale en persoonlijke ontwikkeling. Dat gevoel was wederzijds en het is fijn dat we dat ten opzichte van elkaar regelmatig hebben kunnen uitspreken.

Op 23 augustus 2005 kwam Glenn om het leven bij een verkeersongeluk. Bijna tien jaar geleden. Tijd is illusie. Of, zoals Reggie Watts het zo treffend en grappig zegt: ‘People have a difficult time with time. One minute it’s there, the next it’s just not.’

Door Glenns overlijden ben ik een soulmate kwijtgeraakt, maar hij is verder blijven leven in de dierbare herinneringen en in zijn muziek. Regelmatig voel ik zijn aanwezigheid, en ervaar ik zijn echo als ik zelf speel, schrijf, of in stilte ben. Soms ook hoor ik zijn stem: ‘Eggy D. wàt kiekse toch blie.’”

Loading comments...