De zin van ouder worden

Is er ergens een punt waarop je officieel geen kind meer bent? Dat je een kaartje in de bus krijgt: ‘Geachte heer Beek, we hebben het even aangekeken, maar er is geen speld meer tussen te krijgen: u bent vanaf vandaag officieel volwassen. Gefeliciteerd en veel succes ermee!’

Als kleuter zag ik al op tegen ouder worden. Dan moet je van alles. Zoals prikkende truien dragen. Dat gevoel is nog niet wezenlijk veranderd. Kijkend naar mijn allerlei verplichtingen, verzekeringen en verantwoordelijkheden, denk ik: waar is mijn speelkwartier gebleven?

Ik begrijp wel hoe het komt, je wordt er gewoon langzaam ingeluisd. Het begint met allerlei huisregeltjes en afspraken. ‘Niet aan de afstandsbediening zitten’. Je leert omgaan met huiswerk, met andere mensen, je leert op tijd komen. Nu ik erop terugkijk, weet ik eigenlijk niet of ik ooit voor die onderdelen geslaagd ben. Misschien eens vragen. Controleren ze dat ook wanneer je een hypotheek aanvraagt? Of wanneer je een kind verwacht? Of je daar wel de juiste papieren voor hebt? ‘Nee meneer, we kunnen uw aanvraag helaas niet in behandeling nemen omdat u te weinig ervaring heeft met het opruimen van uw werkkamer’.

time

OUDER

Ouder worden heeft allerlei voordelen. Je mag heel veel dingen zonder dat je je van iemand iets hoeft aan te trekken. Je mag zeggen, lezen, stemmen, kijken en kopen wat je zelf wilt. In sommige landen mag je de hele dag op een bankje zitten, onder een boom. Of op de grond spugen. Ikzelf besteed liever mijn tijd aan andere dingen, zoals muziek maken of fietsen met mijn zoontje. Bonusvoordeel: tussendoor kan ik alle kinderboeken (voor)lezen waar ik nog niet aan toe was gekomen.

Als je een kindje krijgt, ben je meteen ouder — een ander soort ouder. ‘Hoe je een kind maakt weet iedereen, maar niemand weet hoe je een goede ouder kunt worden‘, hoorde ik laatst op tv. De zin dáárvan is me wél duidelijk. Zorgen, voeden, ondersteunen. Beschermen, loslaten, dichtbij zijn en soms ver weg. Samen doen, samen leren, samen zijn. Een prachtig avontuur. Maar goed dat ik eerst wat kilometers kon maken en niet op mijn 18e al vader ben geworden. (Al blijft dat een angst, dat er ineens een boomlange, pokdalige jongen aanbelt die ik nog nooit heb gezien en dat hij met lage stem zegt: “Papa!”).

WERELD

Kunnen we als volwassenen de wereld beter besturen dan kinderen? Ja, ik denk het wel. Maar niet in alle gevallen. Het zijn tenslotte ook altijd de volwassenen die het voor de rest verpesten. Met ingewikkelde regels en belastingen, met oorlogen. Wat kinderen doen, maar daar hangt een vangnetje omheen. Ze moeten zich veilig kunnen voelen. Om te groeien, om te zijn, om te spelen. Dat vind ik mooi aan ouder worden: dat je daar een belangrijke rol in hebt.

Kun je als volwassene nog wel vrij denken? Zoals vogels. Of zijn die ook niet echt vrij? Ik vraag me dat af. Althans, van tijd tot tijd, zeg maar om de vijf seconden, doe ik een poging om me te bevrijden uit mijn eigen denken. Het is bijna niet mogelijk. Maar het kan wel. Door te bewegen, het lijf en de zintuigen te laten voelen, te dansen. Door stilte, overgave en luisteren. Door aanwezig te zijn in het moment. Door erop te vertrouwen dat, als er wat gebeurt, je het goede doet. Het duurt even, voordat je zo’n vertrouwen hebt ontwikkeld. Misschien is dát wel de zin ervan.

Plaats een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.