Virtuoze taaljazz en bijzondere ontroering

Van de voorstelling Geurige Man hebben Mike Boddé en ik er, wanneer ik dit schrijf, nu vier gedaan. Dus nog een stuk of vijfentwintig te gaan.

Nu heb ik u al eens op het hart gedrukt dat u hiervoor niet zomaar nog een tweede kans krijgt.

Ja, ik snap u wel hoor.

‘Ze maken vast nog wel een cd ofzo’
‘Het zal wel online komen.’
‘Als het echt zo goed is, komt er wel een reprise.’
‘Ik heb er nog niemand over gehoord. Anders had ik het allang geweten’

Allemaal flauwekul.

U hoeft niet te komen.
We hebben toch liever mensen in de zaal, die het appreciëren.

Maar u mist natuurlijk wel wat.
Kijk, ik vind het heel gaaf wat Mike doet.

En ik kan het weten.

Ik ben zijn grootste criticus.
En ik heb het al tientallen keren gehoord.

De Geurige Man is onnavolgbaar.
Spelen met taal op het allerhoogste niveau.
Ben ik gevoelig voor.

Briljant bedacht.
Grappig.
Ontroerend.
Virtuoos.

En hem horen vertellen is heel leuk.
Geen zin is hetzelfde.
In elke regel zitten wel een paar taalvondsten.

Goed.

Wij van WC eend.

Enz.
Ik hou op.

Nu wil het toeval, dat journalist Marcel Verreck is komen kijken bij één van de try-outs. Hij schrijft voor Den Haag Centraal

‘Taaljazz’ noemt hij onze voorstelling. Ik citeer:

Boddé staat te boek als cabaretier, maar daar trekt hij zich in zijn nieuwste voorstelling ‘De geurige man’ weinig van aan. Begeleid door de fijnzinnige saxofonist Tom Beek confronteert hij het publiek met een onverhoedse aanval van taaljazz. Ik zag de tweede try-out van deze voorleesvoorstelling, dus er zal ongetwijfeld nog wat gefinetuned worden, maar de verwarring zat er al goed in.

Afgewisseld met jazzy duetten tussen sax en piano, tracteert Boddé, gezeten in zijn voorleesstoel, de argeloze toeschouwer op het merkwaardige verhaal van ‘De geurige man.’
Dat wil zeggen, het verhaal is misschien niet zo zeer merkwaardig als wel de taal waarin het verteld wordt. In een somtijds hilarische mix van bijbels getoonzette middelnederlandsklinkende verhaspelwoorden rijst het beeld op van de kwalijk dampende protagonist (de ‘riekgast’) en zijn tragische grote liefde (de ‘knollin’ oftewel ‘tweetieter’). Zij neemt door zijn te enthousiaste beoefening van het liefdesspel (door Mike met gulzige graagte in exuberante bewoordingen gevangen) de kuierlatten.

Hier dreigt cabaret, vuilbekken in wat voor taal dan ook is een vast bestanddeel van de grapjas, maar het ongenadig volgehouden taalvuurwerk heeft uiteindelijk een tweeledig effect. De vreemde taal creëert in eerste instantie distantie, maar na de gewenningsperiode, als het verhaal zich naar gevoeliger gebieden (vriendschap, ware liefde) begeeft, juist een veel grotere betrokkenheid. De toeschouwer, als hij deze initiatie weet te overleven, en de verteller blijken gaandeweg die vreemde taal te gaan delen. En dit intieme complot, gekruid door de vitale weemoed van de muziek, kan leiden tot een bijzondere ontroering.

Kan, want ‘De geurige man’ is ook een waagstuk, een artistiek experiment, zoals je ze in Cabaretland en omstreken zelden ziet. In Theater ‘Kantine Walhalla’, op het herrezen Rotterdamse Katendrecht, kozen vrijwel alle toeschouwers er voor om na de pauze terug te keren. Ze werden beloond door Mike Boddé, ook als vertolker van zijn eigen haspeltaal een groot verteller, die monter maar ingetogen via zijn jazzy omwegen de plek van het hart wist te bereiken.

Zaterdag 18 maart a.s. speelt Boddé ‘De geurige man’ in Theater Diligentia. Wie van verrassingen houdt en niet bang is voor een bijzonder theateravontuur, raad ik aan te gaan kijken. Zoiets maak je niet vaak mee.

Komt allen, zolang het nog kan!

Plaats een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.