De jazz-evolutie volgens Jasper Blom

Jasper Blom is een even bescheiden als geniale saxofonist. Origineel en virtuoos, één van de weinigen de continu de diepte opzoekt, het avontuur, het onbekende. Eén van mijn helden.

Een jonge jazzprofessor die je graag ziet experimenteren, vol vuur, frisse ideëen en interessante vondsten. Met zijn eigen kwartet, in groepen zoals Ensemble a l’improviste (met Joris Roelofs), Tripod (met zangeres Francien van Tuinen), David Kweksilber Big Band en Identikit van Marzio Scholten. Hij geeft hoofdvakles aan het vermaarde Conservatorium van Amsterdam en leidt wekelijks de sessies in het Bimhuis.

Het moderne jazzidioom kent hij binnenstebuiten. Tegelijk staat hij met beide benen in de vrije jazzscene. Tientallen jongere saxofonisten — waaronder ikzelf — gingen ooit bij hem in de leer.

In de luwte bouwt de tenorist aan zijn levenswerk: tien albums met zijn kwartet. Het vierde album is nu klaar. Een interview.

Aanstaande zaterdag 17 januari presenteert het Jasper Blom Quartet de cd Audacity in het Bimhuis, met Jesse van Ruller, Frans van der Hoeven, Martijn Vink en speciale gasten Lilian Vieira en Ruben Hein.

PLATEN

Jasper Blom: “Vroeger stond ik op vrijdagmiddag te dubben welke plaat ik mocht kopen, en welke allemaal niet. Geld kun je maar één keer uitgeven. Daarna kwam het tijdperk van de cassettes. Dat is nog niet half vergeleken met wat er nu aan de hand is. Geweldig toch, dat je met een paar muisklikken al die muziek kunt vinden op Spotify en YouTube.

We hebben nu een aantal jongens en meisjes die op de middelbare school al heel goed wisten wat ze wilden, die kunnen een enorme snelheid maken omdat alle muziek zo goed beschikbaar is. Voor iemand die niet goed weet wat-ie wil, is het juist moeilijk dat er zoveel keuze is. Het probleem van keuzestress is nu veel groter dan vroeger. Dat is de andere kant van het verhaal.

Ik begon pas met saxofoon spelen toen ik negentien was. Daarvoor speelde ik alleen nog klarinet. Ik probeerde saxofonisten na te spelen. Van de platen die mijn broer meebracht: Miles, Coltrane, Brecker. Ik kan me anno 2015 goed voorstellen dat iemand van negentien liever naar D’Angelo luistert dan naar Hank Mobley. Maar als saxofonist steek je natuurlijk meer op van Mobley.

Toen ik opgroeide, wilde alle gitaristen spelen als Scofield. Met de hele body language erbij. We hadden een obsessie voor wat ‘hip’ was. Toen was het moeilijk om jonge mensen ervan te overtuigen om in de jazzgeschiedenis te duiken. Ik ontdekte op een gegeven moment de Fonotheek in Rotterdam. Daar heb ik een inhaalslag gemaakt naar het verleden. Zo kwam ik ook op Sonny Rollins, die is een grote invloed geworden.”

GELUID

Jasper Blom: “Ik ben niet altijd blij met mijn geluid. Het is een obsessie om het goed te laten klinken. De laatste jaren kan ik ermee leven. Voordeel voor mijn leerlingen is dat ik van alles heb geprobeerd. Misschien omdat ik geen natuurtalent ben? Ik kan er wel veel over vertellen.

De visie van Dave Liebman — van wie ik les heb gehad in New York — komt weer voort uit de filosofie van Joe Allard. Die methode heeft mij wel wat steviger gemaakt. Maar ik heb wel de behoefte om die theorieën te nuanceren. Anders lijkt het alsof je een goed geluid maar op één manier kunt krijgen.

Liebman is eigenlijk een Coltrane-kloon die zich heeft ontwikkeld door zichzelf bewust in een andere setting neer te zetten. Dat had hij van Miles, en die had het weer van Parker. Die zei: het is helemaal niet interessant om een band te hebben waar iedereen dezelfde mening heeft over muziek. Je kan beter verschillende invalshoeken hebben. Miles heeft dat goed opgepikt: die heeft door de jaren heen allerlei sidemen erbij gevraagd die iets heel anders deden dan wat hij deed. Terwijl hijzelf al die tijd min of meer hetzelfde is blijven spelen.

De muzikanten in New York, waar ik een tijdje heb gewoond, gaan heel vrij om met verschillen. Of je nu vrij speelt of bebop. Ze hebben een hele andere mentaliteit dan in Nederland. Ze kunnen zich ook niet permitteren om te zeggen ‘dat soort gigs doe ik niet’. In Nederland werkt het anders. Tussen de impro-scene en de conservatorium-generatie heerst nog wel eens een bepaalde animositeit. Maar dat hoort meer bij de generatie vóór mij. Het is niet meer van deze tijd.”

TOEWIJDING

Jasper Blom: “Je speelt niet alleen als er een schnabbel is. Je moet jazz blijven spelen, minimaal een paar keer per week, anders kun je je standaard niet hoog houden. Dat is moeilijk. Het vereist toewijding. Ik speel zoveel mogelijk: thuis, tijdens de lessen, op sessies.

Toen ik afgestudeerd was en terugkwam uit New York, ben ik van Rotterdam naar Amsterdam verhuisd. Ik wilde naar een andere plek, waar een andere sfeer heerste dan waar ik vandaan kwam. Ook ben ik gaan samenwerken met Michael Moore. Die heb ik heel hoog zitten.

In de tijd van de loft-scene in New York, eind jaren zestig, waren er eindeloze sessies bij mensen thuis. Er zat ook een economische reden achter. Er waren geen clubs meer om te spelen. Mensen wilden gewoon spélen, weetjewel.

Amerikanen horen muziek heel anders dan wij. Dat vergeten wij in Europa wel eens. Iedereen heeft een goede timing en een goede sound. Logisch, als iedereen om je heen dat heeft. Er heerst ook meer een peer pressure. Als je niet goed speelt, krijg je dat wel te horen van je fellow studenten.”

FREE JAZZ

Jasper Blom: “Het idee achter free jazz is om in geluid te denken, in klanken. De hardcore free jazz muzikanten hebben ook een enorme sound bank aan geluiden. Anthony Braxton bijvoorbeeld, die heeft een lijst van zeventig klanken die hij uit een saxofoon kan halen.

Als je in die muziek terecht komt, gaat het niet om wat je harmonisch denkt, maar om toonkleuren, een soort palet. Iemand speelt een geluid, en jij zet daar jouw geluid tegenaan. Die hele filosofie kun je ook vertalen naar een straight ahead sessie. Coltrane dacht niet alleen in akkoorden, maar meer in sounds. Een aantal stukken op het album Giant Steps hoor je hem een bepaalde klank omspelen, steeds dezelfde uitsnede uit het akkoord op dezelfde plek.

Ik ben een soort evolutionair. Ik zoek nog steeds dingen van Parker uit. Warne Marsh vind ik ook geweldig. Zo radicaal en intens. Maar ik kan ook eindeloos freubelen met mijn instrument: wat gebeurt er als ik alle kleppen dichtdoe en deze klep openhoud?”

EFFECTEN

Jasper Blom: “Werken met effecten is een manier om in de band af en toe orkestraal te klinken. Een toevoeging. Ik hou niet van een solo met wah-wah ofzo, maar wel om er licht mee te kleuren. Of als begeleiding. Of een sectie waarin je samen op een vamp speelt. Zoals je een gitaar gebruikt. Het zorgt voor een groter kleurenpalet in mijn band.

Het is geen groot speerpunt van me. Ik gebruik ook allemaal oude rommel. Geen state of the art. Erg onhandig eigenlijk en niet te tillen. Heel onbetrouwbaar ook, het komt vaak veel te hard of te zacht eruit. Maar het klinkt wel heel goed. Dat het analoog is, maakt het wel te gek.”

COMPONEREN

“Componeren doe ik al heel lang. Je krijgt op een gegeven moment een bepaald soort handigheid om van een muzikaal idee een stuk te maken. Dat heeft soms niets te maken met inspiratie of muzikaliteit, het is meer handwerk. Dat moet daar, dit stuk is te kort, dit hier moet eruit. Heel conceptueel eigenlijk. Ik heb een verschillende manieren van schrijven.

De vraag die er altijd aan ten grondslag ligt is: wat zou er gebeuren als..?

Bob Brookmeyer schreef tijdens zijn lessen een tijdslijn op het bord. Door het stellen van vragen moest je dan het hele stuk in woorden uitdrukken. Nog voordat je een noot op papier had staan had je dan een heel muzikaal idee heel gedetailleerd uitgewerkt. Als je een goede indeling hebt, hoor je vanzelf de muziek erbij, zei hij dan.”

“Veel klassieke componisten werken ook zo. Ik ben die technieken ook gaan gebruiken voor mijn eigen kwartet bijvoorbeeld. Niet heel strikt hoor. Meer conceptueel nadenken over muziek. Het levert hele andere muziek op. Het heeft mij geholpen om los te komen uit het van traditioneel achter de piano gaan zitten en melodie-akkoorden-composities schrijven.

Je kunt van alles repeteren, maar als je niet verder komt, heb je misschien gewoon een kutstuk geschreven. Niemand schrijft aan de lopende band alleen maar geniale stukken. Je moet ook aan een bepaalde productie werken. Ellington schreef 1000 stukken. Als 3 procent daarvan geniaal is, heb je toch 30 hele goede stukken.

De laatste jaren ben ik erg beïnvloed door de vroege renaissance muziek. Daar heb ik ook partituren van. Het is driestemmige muziek. In die tijd was de tritonus een verboden interval en dus bedachten ze andere oplossingen naar de tonica. De eerste keer dat ik dat hoorde, was voor mij een openbaring.”

MEDITATIE

Jasper Blom: “Bij mij thuis nodig ik wel eens muzikanten uit. Gewoon twee uur spelen met een drummer, helemaal te gek. Soms één stuk, heel lang. Je kunt een nummer een kwartier spelen, maar als je het urenlang speelt, wordt het een soort meditatie. Het lijkt wel alsof je dan een ander deel van je bewustzijn aanspreekt.

Toen ik negentien was had ik een hele spirituele ervaring. Ik speelde voor de VPRO radio met Pierre Courbois. Het ging eigenlijk niet zo goed. Er was steeds een stem in mijn hoofd, die een hard oordeel gaf. Die stem kon ik niet uitzetten. Die radiouitzending was een ramp. Ik was gesloopt. De technicus zei toen: we kunnen nog wat opnemen. We speelden een blues. Toen gebeurde precies het tegenovergestelde. Het was helemaal leeg in mijn hoofd. Ik leek wel een marionet. Het leek wel of iemand anders die knoppen indrukte, een soort uittreding. Toen dacht ik: dat moet het wel zijn. Je kunt het niet afdwingen.

Gelukkig heb ik het daarna nog een paar keer mogen ervaren. Op een workshop zei Gary Peacock eens: “When I play.. I try not to be there”. Iedereen lachte daarom, maar ik moest aan die ene avond denken. Ik begreep hem helemaal.”

LEIDER

Jasper Blom: “Ik wil af van de schnabbel-mentaliteit. Van jongens het was te gek, en daarna weer naar huis. Ik ben geïnteresseerd in langetermijn-relaties. Ik wil iets opbouwen. Ik zocht een vehikel waar ik alles in kwijt kon: mijn ideëen, mijn stukken, mijn spel. Dat is mijn kwartet geworden. Ik kies voor de mensen die erin spelen. Ze zijn zo allround en hebben een soort speelsheid wanneer zij er met mijn ideëen vandoor gaan. Ik leg mijn visie wel op tafel, ik zeg waar ik heen wil, maar we eindigen meestal ergens anders. Of het gaat lukken weet ik niet, maar mijn doel is om tien albums op te nemen.

Het wordt steeds moeilijker om concerten te regelen. Clubs willen liever iets nieuws, dan een groep die al heel lang bij elkaar is. Als je de veertig bent gepasseerd, ben je geen jong talent meer. Dat is hard werken. Uiteraard moet je het publiek zien te interesseren. Ik hoop dat mensen erachter komen hoe waardevol het is. Een bandje dat elk jaar weer originele muziek uitbrengt, dat is eigenlijk heel bijzonder. Steeds bijzonderder eigenlijk.”

> jasperblom.com

Plaats een reactie