De avonturen ván

Of het ooit een bewuste beslissing is geweest om de muziek in te gaan, ik betwijfel het. Als ik om mij heen kijk, kan ik alleen maar tot de conclusie komen dat je wel knettergek moet zijn om jazzmuzikant te willen worden. En al helemaal om het te blijven willen. Wat een avonturen. Wie het pad serieus bewandelt, weet waar ik het over heb.

Een onmisbaar onderdeel van de samenleving word je niet. Zelfs de meest succesvolle musici steken qua jaarsalaris nog bleekjes af bij hun doorgestudeerde leeftijdgenoten. Al heb je je mooiste optreden EVER gehad, de volgende ochtend draait de aarde schier onaangeroerd door, alsof je nooit gespeeld had. Zelfs op de duurste Gooise feesten wordt je architectonische muzikale bouwwerk gezien als leuke achtergrondmuziek, vragen mensen hoelang je al trompet speelt terwijl ze naar je saxofoon wijzen en zou het heel fijn zijn als je wat zachter wilde spelen, anders kunnen we elkaar niet verstaan.

De magie, hoe eindeloos ook, my friend, is blowing in the wind. Muziek kun je niet pakken, niet vangen en niet houden. Wat de grootste romanticus je ook wil doen geloven. Best een aardig pakket aan redenen, zou je denken, om er nooit aan te beginnen. Toch is er die oersterke, onverklaarbare, innerlijke drijfveer om muziek te maken. Hoe zit dat?

Jazzmuziek is een taal die mij aanspreekt. Letterlijk. Aanspreekt en uitnodigt. Zoals je kunt opgaan in een gedicht, zoals je je kunt verliezen in een weldadig kruidenbad, zoals je de adem wordt benomen in een achtbaan, zoals je wordt meegesleept door een spannende voetbalwedstrijd, zo heeft deze wonderbaarlijke muziek mij gegrepen.

Melodie, harmonie en ritme dagen elkaar uit, in het moment, op een manier die me nog nooit een seconde is gaan vervelen. Bedenken en uitvoeren moeten het met elkaar doen als een beginnend danskoppel. Het ene moment voorzichtig, voetje voor voetje, het andere moment brutaal en gedreven. Analyse en intuïtie steken de draak met elkaar. Luisteren en spreken gaan hand in hand, tegenstellingen spelen verstoppertje. En dat alles in een sfeer van bezieling, ruimte en vrijheid van zelfexpressie. Het is deze wereld waarin ik mij thuis voel.

Het zijn de perfecte uithalen van toewijding en zuivere levensvreugde van Clifford Brown, die ons met zijn trompetspel een betere wereld belooft. Het zijn de oerkrachten die Elvin Jones in ons losmaakt met zijn cymbals en zijn trommels, zo sterk dat hij iedereen erin meezuigt. Het zijn de zoete saxofoonklanken van meesterverteller Stan Getz die vóór elke frase de rode loper voor je uitlegt. Het zijn de virtuoze kwajongensstreken van Herbie Hancock, die elke maat muziek bespiedt, bespringt en bespeelt als een acrobaat.

Het is de hand van Gil Evans, die zijn orkest hele landschappen laat schilderen, als een Toscaans aquarel. Het is de brute, jongensachtige kracht van Dexter Gordon, de introverte saxofoonreus. Het zijn die royale, bourgondische saxnoten van Cannonball Adderly, die geen angst lijken te kennen. Het is de ritmische electriciteit van Kenny Kirkland die je in houdgreep houdt, het is de lepe, impressionistische eenvoud van Chet Baker, het zijn de diepe halen van John Coltrane die een jazzballad ineens omtoveren tot een hoogmis.

Het zijn de instrumenten die als vanzelf een magisch geheel vormen in het spectrum. Het zijn de dansende ritmes, samensmeltende kleuren, bewegende lijnen, touwtrekkende energieën, stuwende ego’s. Het is de duik in het diepe, het is de stille verbondenheid, het is spelen in de zandbak, het is de competitieve kaalslag, het is alle neuzen dezelfde kant op. Het is de broeierige, collectieve drang naar bevrijding, naar ontlading van dat wat niet kan worden genoemd. Het is de hang naar rebellie, het woordeloze protest, het geheime pact met de nachtclub in onszelf. Het is het tijdelijke, o zo heerlijke toegeven aan driften, verslavingen, aan een romantische, beter zelfbeeld — en andere dweperij. Het is de honger naar vernieuwing, naar hervorming, naar spelen, kneden, ontleden en uitspuwen van wat is, wat komt en wat was. Het is structureren, omgooien en opnieuw verbouwen. Het is stileren, vormgeven, ademen. Het is weten, denken en verbeelden. Het is voelen, doen en zijn. En dat allemaal tegelijk.

Het is de vlucht voor woorden, de hang naar klanken, de dierlijke behoefte aan ritmes. Het is ultra cool, het is de intellectuele geestdrift, het zijn de mensen met een onverwachte geniale ingeving. Het is een tijdloos, bewegend schilderij van schoonheid, diepte en contrapunt. Het is de hoop die zelden spreekt uit mensen maar altijd uit muziek. Een hoop die — eenmaal beloofd — nooit meer wordt vergeten.


Tom Beek is saxofonist, copywriter, WordPress expert, vormgever en fotograaf. Je vindt hem op Twitter en Instagram. Gek op jazz en koffie. Ruikt aan boeken.

8 reacties op “De avonturen ván”

  1. Mooi Tom. Een niet-bleek jaarsalaris is overrated in deze wereld. Dat gene doen waar je passie zit daarentegen is iets waar veel mensen aan denken en bijna niet over durven te dromen. Intens genieten en daar hard voor moeten werken is niet erg toch? Je hoeft dan niet na te denken waar je het voor doet.
    Mooi blog, mooie muziek, mooi mens. Kom speel nog eens wat!
    Henk

    Beantwoorden
  2. Wow, prachtig zeg, herkenbaar ook, al verdien ik niet mijn brood met de muziek. Ik vraag me wel eens af waarom ik 20-30 uur besteed aan het instuderen van 1 nieuw stuk. Op de spaarzame momenten van ultieme vervoering vind ik echter altijd dat mijn muziek alle moeite en inspanning waard is.

    Beantwoorden
  3. Mooi stuk Tom.
    Een belangrijke reden voor mij om met muziek en het schrijven van songs bezig te zijn, is verbinding. Samen een concert bezoeken, samen muziek luisteren, samen gedachten en gevoelen delen, soms uitgesproken soms niet. Muziek verbind mensen met elkaar en de musicus brengt muziek tot leven.
    Complimenten voor je prachtige site !

    Beantwoorden

Plaats een reactie